"hoge-bi" met hub-lamp





Het begon omstreeks 1875 in Engeland waar de Firma Salsbury een lantaarn op de markt bracht die op olie brandde en aan de naaf van het voorwiel van de “hoge-bi” fiets werd bevestigd, Deze lamp werd de “hub-lamp”genoemd (hub is het Engelse woord voor naaf). Deze verschenen in Noord Amerika en west Europa en diende tot doel om in het donker gezien te worden. (Straatverlichting was niet of nauwelijks aanwezig).

Een ritje op deze hoge-bi fiets was niet geheel zonder risico en rond 1890 verscheen een fiets met twee wielen van gelijke grootte, de zogenaamde “safety-fiets” daarmee brak ook het tijdperk aan dat de lantaarn boven of naast het voorwiel werd geplaatst, wat momenteel nog steeds wordt gedaan. Deze 2e generatie lampen werden “safety”lampen genoemd. Tegelijkertijd verschenen ook de eerste kaarslantaarns.
 
In 1895 lukte het in Amerika om Calcium carbid (een chemische substantie) op zodanige wijze met water te vermengen, dat het brandbaar en bruikbaar acetyleengas opleverde en gaf, in tegenstelling tot olie- en kaarslantaarns een zee van helder wit licht. Het nadeel was echter het regelmatige secure onderhoud en de stank. Kwam men echter onderweg zonder vocht te staan, buiten bereik van water, dan werd er gewoon in gepiest, dit ging overigens ook perfect bij vriezend weer. Een groot voordeel was dat wanneer je stilstond de lantaarn nog licht gaf. Enkele lampen werden uitgevoerd met een draagbeugel, zodat je na het stallen de lantaarn van de fiets nam en gemakkelijk de weg naar de woning kon vinden. Olie- en kaarslantaarns vergden minder onderhoud en gingen relatief lang mee. De kaarslantaarn werd overigens hoofdzakelijk gebruikt in west Europa.

De olielantaarns waren eigenlijk het meest succesvol, relatief weinig onderhoud, redelijke lichtopbrengst en brandde op vele soorten olie, zoals petroleum, benzine en kerosine. Grote merknamen van lampen waren: Riemann, Lucas, Powell and Hanmer, Miller, Radsonne, Lohmann, Scharlach en Solar. Deze fabrieken stonden hoofdzakelijk in West-Europa en Noord Amerika. Nederland heeft helaas geen lampenfabrieken gehad. Wel werden bij grote orders de Nederlandse bedrijfsnaam op de lamp gezet. De eerste generatie lampen was van goedkoop zwart-gespoten dun ijzer. Later werden de lampen hoofdzakelijk vervaardigd van vernikkeld koper. Op verzoek van de scheepvaart werden in 1922 de zijreflectoren van groen en rood (bakboord stuurboord) vervangen door witte glaasjes, dit om verwarring te voorkomen. In Engeland is er een periode geweest waarin de lantaarns zwart geverfd werden om luxe-belasting te omzeilen.

De prijzen varieerden van enkele antieke kwartjes tot enkele tientjes, veel geld voor die tijd overigens, want het hebben van een fiets was op zich al een luxe. Bij de entree van de dynamo, rond 1930, werden vele lampen bij het vuil gegooid, gelukkig zijn er prachtige exemplaren bewaard gebleven, klik daarom op: CARBID, OLIE of KAARS en u komt op de fotopagina’s waarop u vele prachtige fietslantaarns kunt bewonderen. U zult versteld staan van de schoonheid en variatie.

N.B.: Sommige dateringen van de getoonde lantaarns zijn bij benadering.

TIP:
Voor een compleet overzicht van de geschiedenis van de fiets kan ik u
het “VELORAMA” ( www.velorama.nl ) in Nijmegen van harte aanbevelen, alsmede ( www.karbidlampen-sammler.de ). Tevens is er een Nederland vereniging "de oude fiets" (www.oudefiets.nl)
die antieke fietsen koestert en voor het nageslacht tracht te behouden.